Als een diva van het podium afstormt of wegloopt uit een tv-interview, vinden we dat geweldig; we zijn zelfs teleurgesteld als ze dat niet doet. Als een kind een klaslokaal uit loopt omdat het niet zijn zin krijgt, is dat niet acceptabel. We willen immers geen generatie diva’s – één Mariah Carey is meer dan genoeg.
Maar waarom gedragen sommige kinderen zich zo en hoe gaan we daar bij Edumais mee om?
Discipline is nodig voor een gezonde, respectvolle leeromgeving. We moedigen onze leerlingen aan en helpen ze zelfbeheersing te ontwikkelen, wat voor hen lastig kan zijn, aangezien velen in stressvolle omgevingen leven.
Dr. Daniel Siegel, hoogleraar psychiatrie en met zijn werk op het gebied van de ontwikkeling van kinderen een inspiratiebron voor ons bij Edumais, gebruikt de hand als metafoor voor de hersenen. Een gesloten vuist staat voor zelfbeheersing: de vingers, die de duim bedekken, stellen de regulerende functies voor, terwijl de duim staat voor gedrag en emoties. Maar zodra we de controle beginnen te verliezen of het deksel zien omslaan, gaat de hand open en komen onze emoties zonder filter bloot te liggen. Veel kinderen in de gemeenschappen waar we werken, hebben onderontwikkelde filters en reageren daarom snel vanuit vechten, verstijven of vluchten.
Kinderen met een onderontwikkelde gedragsbeheersing lopen soms de klas uit, maar ik gebruik Positieve Discipline om ze gerust te stellen en weer terug te laten komen. Zo vragen we kinderen bijvoorbeeld om anderen niet te onderbreken wanneer die aan het woord zijn. Dat doen we door een vinger op onze lippen te leggen: een eenvoudige non-verbale aanpak. We verheffen onze stem niet, geven niemand de schuld, beschamen of straffen niemand. We willen dat de kinderen elkaar respecteren en dat de klas een veilige plek is om te leren.
Maar zelfs deze zachte vorm van discipline kan ertoe leiden dat een kind de klas uit stormt.
Ik loop achter hen aan de klas uit, ga naast hen zitten en raak geruststellend hun rug aan. Ik voel hoe de spanning afneemt. Ik erken hun gevoelens en vraag of ze weten waar de spanning in hun lichaam begint. Ik vertel hun dat ik het soms in mijn hoofd voel wanneer ik op het punt sta uit mijn vel te springen. Dat kan hen helpen zich hiervan bewust te worden. Kinderen vertellen bijvoorbeeld dat ze voelen dat hun hoofd warm wordt en dat hun ademhaling onregelmatig wordt. Ik laat hun een vierkante ademhalingsoefening zien met mijn vingers: als mijn vinger omhooggaat, adem je in; houd je adem in wanneer mijn vinger horizontaal staat; als mijn vinger omlaaggaat, adem je uit; houd je adem weer in wanneer mijn vinger horizontaal staat. Ik vraag hun of ze de volgende keer dat ze de spanning voelen oplopen, de ademhalingsoefening in de klas kunnen doen om tot rust te komen.
Tot mijn vreugde nemen veel kinderen deze eenvoudige strategie over en zie ik ze die in de lessen toepassen. We zien ze daadwerkelijk voor onze ogen copingstrategieën ontwikkelen en leren gebruiken. Dat is niet alleen ongelooflijk waardevol voor de vrijwilligers, maar vooral ook voor de kinderen: het is een echte stap naar meer controle over hun gedrag, hun leerproces en hun toekomst.
Laat een reactie achter:
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.